ECLI:NL:RBGRO:2001:AB1243
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.H.J. Lennaerts
- Rechtspraak.nl
Voorkeursrecht gemeente Groningen te vroeg gevestigd wegens onherroepelijke bestemmingsplanstatus
Eisers hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de gemeente Groningen waarin bepaalde gronden, waaronder percelen waarop eisers een zakelijk recht hebben, zijn aangewezen als gronden waarop de artikelen 10 tot en met 24, 26 en 27 van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) van toepassing zijn. Eisers voerden aan dat het bestemmingsplan Eemspoort ten tijde van het besluit nog onvoldoende was uitgewerkt om van een afwijkende niet-agrarische bestemming te spreken, en dat het voorkeursrecht derhalve onterecht was gevestigd.
De rechtbank oordeelt dat voor het vestigen van voorkeursrecht op grond van artikel 2 Wvg Pro vereist is dat er ten tijde van het aanwijzingsbesluit een niet-agrarische bestemming op het perceel rust die afwijkt van het feitelijk gebruik. De rechtbank sluit hierbij aan bij de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO), die bepaalt dat een bestemmingsplan pas in werking treedt na een goedkeuringsbesluit van Gedeputeerde Staten (GS) dat niet is geschorst.
In deze zaak was het schorsingsverzoek tegen het goedkeuringsbesluit van GS afgewezen op 20 juli 1999, terwijl de bestreden besluiten waren genomen op 28 juni 1999. Dit betekent dat ten tijde van de besluiten het bestemmingsplan nog niet onherroepelijk was en het voorkeursrecht dus te vroeg is gevestigd. De rechtbank verklaart de beroepen gegrond, vernietigt de bestreden besluiten en veroordeelt de gemeente Groningen tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten van de gemeente Groningen omdat het voorkeursrecht te vroeg is gevestigd.