ECLI:NL:RBGRO:2006:AZ7173
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering CBBS-beoordeling
Eiseres, arbeidsongeschikt verklaard sinds 1997 met een uitkering op grond van de WAO, kreeg haar uitkering ingetrokken per 22 mei 2005 omdat haar arbeidsongeschiktheid volgens het UWV was gedaald tot onder de 15%. Dit besluit werd genomen na medische en arbeidskundige beoordelingen, waarbij gebruik werd gemaakt van het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS).
Eiseres voerde bezwaar en beroep aan tegen het besluit, stellende dat het CBBS onvoldoende inzichtelijk, toetsbaar en verifieerbaar is. De rechtbank overwoog dat de Centrale Raad van Beroep (CRvB) in eerdere uitspraken had geoordeeld dat het CBBS voor 1 juli 2005 moest worden aangepast om gebreken te verhelpen. Voor besluiten na die datum moet een deugdelijke motivering worden gegeven om eventuele gebreken te ondervangen.
Hoewel verweerder in beroep aanvullende motivering heeft gegeven, werd het besluit van 21 december 2005 vernietigd omdat deze motivering niet tijdig was verstrekt. De rechtbank bepaalde dat verweerder een nieuwe beslissing op bezwaar moet nemen en veroordeelde het UWV tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige en tijdige motivering bij het gebruik van geautomatiseerde systemen zoals het CBBS in arbeidsongeschiktheidsbeoordelingen.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van het gebruik van het CBBS na 1 juli 2005.