ECLI:NL:RBGRO:2009:BL7173
Rechtbank Groningen
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen tijdelijke intrekking marktvergunning wegens wangedrag
Verzoeker exploiteert een marktkraam in Groningen en kreeg op 9 september 2009 een besluit tot tijdelijke intrekking van zijn marktvergunning voor drie maanden vanwege wangedrag op de markt, waaronder ruzie en fysiek geweld onder invloed van alcohol. Verzoeker betoogde dat de sanctie onevenredig was en wees op een langlopend conflict en eerdere bedreigingen door een medewerker van een andere marktkoopman.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de intrekking een reparatoire sanctie betreft en niet gericht is op leedtoevoeging, ondanks de negatieve impact op de bedrijfsvoering. De rechter stelde vast dat de gemeente Groningen haar bevoegdheid op grond van de APV en het handhavingsbeleid niet onredelijk heeft toegepast en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die tot matiging van de sanctie noodzaakten.
Verder werd het beroep op het ne bis in idem-beginsel verworpen omdat de bestuursrechtelijke sanctie losstaat van strafrechtelijke vervolging. Gezien het spoedeisende belang en de omstandigheden werd het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening tegen de tijdelijke intrekking van de marktvergunning wordt afgewezen.