ECLI:NL:RBGRO:2010:BK9431
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen gezamenlijke huishouding vastgesteld bij bijstandsuitkering
Eisers voerden beroep aan tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Groningen waarin werd vastgesteld dat zij een gezamenlijke huishouding hadden gevoerd, hetgeen leidde tot intrekking en terugvordering van bijstandsuitkering en hoofdelijke aansprakelijkheid. Het onderzoek door sociale recherche en dossieronderzoek leidde tot de conclusie dat eisers samenwoonden, maar eisers betwistten dit en leverden getuigenverklaringen aan die het tegendeel stelden.
De rechtbank heeft de verklaringen van diverse getuigen, waaronder goede vrienden en buren, zorgvuldig gewogen. Deze getuigen verklaarden dat eiseres alleen woonde en dat eiser slechts incidenteel op bezoek kwam, zonder dat sprake was van een vaste of gezamenlijke huishouding. Ook objectieve gegevens zoals inschrijving op verschillende adressen en het verbruik van gas en elektriciteit ondersteunden dit.
De rechtbank stelde vast dat de waarnemingen van de sociale recherche onvoldoende feitelijke grondslag boden om te concluderen dat sprake was van een gezamenlijk hoofdverblijf. Daarnaast werden eerdere fraudecontroles en een strafrechtelijk vonnis genoemd die eveneens geen gezamenlijke huishouding aannamen.
Gelet op de wettelijke criteria uit de WWB en Abw, waarbij het hebben van een gezamenlijk hoofdverblijf en wederzijdse verzorging centraal staan, concludeerde de rechtbank dat niet aan het eerste criterium was voldaan. Hierdoor faalde de grondslag voor intrekking, terugvordering en hoofdelijke aansprakelijkheid. De besluiten van 22 november 2007 werden vernietigd en de besluiten van 2 oktober 2006 herroepen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de intrekkingsbesluiten en wijst terugvordering en hoofdelijke aansprakelijkheid af wegens ontbreken van gezamenlijke huishouding.