ECLI:NL:CRVB:2014:205
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- W.F. Claessens
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenplicht
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder en werd onderzocht vanwege vermoedelijke bijstandsfraude door het niet melden van een gezamenlijke huishouding met G. De sociale recherche voerde observaties en een huisbezoek uit, waarbij aanwijzingen werden gevonden dat G zijn hoofdverblijf had op het adres van appellante en dat sprake was van wederzijdse zorg.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de intrekking van de bijstand ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat bepaalde onderzoeksbevindingen niet als bewijs mochten dienen, met name de observaties, verklaringen van omwonenden en het huisbezoek, dat zij onrechtmatig achtte vanwege gebrek aan informed consent.
De Raad oordeelde dat de verklaringen en observaties een toereikende feitelijke grondslag boden voor de conclusie van gezamenlijke huishouding en wederzijdse zorg. Hoewel het huisbezoek zonder volledige juiste informatie over het doel plaatsvond, was er een redelijke grond voor het huisbezoek en was het gebruik van de bevindingen niet onaanvaardbaar. De intrekking van de bijstand werd bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding zonder melding wordt bevestigd.