ECLI:NL:RBGRO:2010:BN1436
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bank moet onverschuldigde betalingen na faillissement terugbetalen aan curator
Balkbrugse Transport Onderneming B.V. (BTO) werd op 28 maart 2008 failliet verklaard. Ondanks het faillissement gaf de bestuurder van BTO, via haar medeaandeelhouder, betalingsopdrachten aan ING Bank om bedragen ten laste van de bankrekening van BTO over te maken. ING voerde deze opdrachten uit zonder kennis van het faillissement, waardoor het banksaldo negatief werd.
De curator van BTO vorderde terugbetaling van deze bedragen op grond van artikel 23 van Pro de Faillissementswet, dat bepaalt dat de gefailleerde vanaf het moment van faillietverklaring geen beheer of beschikking meer heeft over zijn vermogen. ING stelde zich op het standpunt dat zij niet aansprakelijk was omdat zij niet op de hoogte was van het faillissement en zich beroept op artikel 52 Fw Pro, dat bescherming biedt aan derden die te goeder trouw betalingen verrichten.
De rechtbank oordeelde dat de curator terecht vorderde dat ING de bedragen terugbetaalt, omdat de betalingsopdrachten na faillietverklaring waren gegeven en de bank daardoor onverschuldigd betaalde. De uitzonderingen van artikel 52 Fw Pro zijn niet van toepassing omdat de betalingsopdrachten ná het faillissement zijn verstrekt. Ook het beroep van ING op redelijkheid en billijkheid werd verworpen. De rechtbank veroordeelde ING tot betaling van ruim EUR 24.796,03 vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: ING Bank is veroordeeld tot terugbetaling van EUR 24.796,03 plus wettelijke rente en proceskosten aan de curator.