ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ5952
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.A. Koppen
- Rechtspraak.nl
Vordering bank wegens onrechtmatig handelen na faillissement toegewezen
De zaak betreft een vordering van de bank tegen de gedaagde, die na zijn faillietverklaring betalingsopdrachten heeft gegeven via telebankieren. De gedaagde was sinds 15 juni 2005 failliet verklaard en verloor daarmee de beschikking over zijn vermogen. Desondanks verstrekte hij op die datum diverse betaalopdrachten ter waarde van € 26.669,21.
De bank heeft deze bedragen op verzoek van de curator aan de faillissementsboedel betaald en deze vervolgens als debetpost op de rekening van de gedaagde geboekt. De bank vordert betaling van het bedrag vermeerderd met contractuele rente en proceskosten. De gedaagde betwist de vordering gemotiveerd, maar ontkent niet voldoende dat hij de opdrachten na faillietverklaring heeft gegeven.
De rechtbank oordeelt dat de gedaagde vanaf het moment van faillissement niet meer bevoegd was tot het geven van betalingsopdrachten en dat het handelen onrechtmatig is jegens de bank. De bank heeft schade geleden doordat zij de bedragen aan de curator moest betalen. De vordering wordt daarom toegewezen met wettelijke rente vanaf 15 juni 2005 en de gevorderde buitengerechtelijke kosten. De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 27.502,21 plus rente en proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 27.502,21 met wettelijke rente en proceskosten wegens onrechtmatig handelen na faillissement.