ECLI:NL:RBGRO:2010:BO1360
Rechtbank Groningen
- Raadkamer
- G. Eelsing
- P.H.M. Smeets
- L.W. Janssen
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring bezwaarschrift tegen afname en opname DNA-materiaal na lange termijn
De veroordeelde maakte bezwaar tegen het bevel van de officier van justitie tot afname van DNA-materiaal, gegeven ruim zes jaar na zijn veroordeling voor belaging en bedreiging. De raadsman voerde aan dat het delict sterk situatief was en dat DNA-onderzoek geen strafvorderlijk doel diende. De officier van justitie erkende dat het systeem van DNA-afname slechts beperkte uitzonderingen kent, maar achtte het bezwaar ongegrond, behalve vanwege het lange tijdsverloop.
De rechtbank overwoog dat het bevel uitsluitend verband hield met de veroordeling voor belaging, een delict als bedoeld in artikel 67, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering. De wet bevat geen termijn voor het bevel tot DNA-afname, maar de wetgever beoogde dat dit zo spoedig mogelijk na veroordeling plaatsvindt. Het verstrijken van zes jaar sinds de veroordeling maakt het bevel niet meer rechtvaardig vanuit het oogpunt van rechtsgelijkheid en rechtszekerheid.
Daarom verklaarde de rechtbank het bezwaarschrift gegrond en beval de officier van justitie het celmateriaal van de veroordeelde te vernietigen. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige raadkamer van de rechtbank Groningen op 20 oktober 2010.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen het bevel tot DNA-afname wordt gegrond verklaard en het celmateriaal wordt vernietigd.