ECLI:NL:RBHAA:2004:AO8658
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.C.M. Rutten
- W.J.A.M. van Brussel
- L.F. Roseval
- Rechtspraak.nl
Premieheffing over loondagen bij ploegendienst met veertien dagen werken en veertien dagen niet werken
In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of een werkgever sociale verzekeringspremies moet betalen over loondagen die betrekking hebben op dagen waarop werknemers niet werken, in een arbeidspatroon van veertien dagen werken gevolgd door veertien dagen niet werken op boorplatforms.
De rechtbank stelt vast dat de werknemers in ploegendienst werken in de zin van artikel 9, vijfde lid, CSV. Volgens dit artikel worden werknemers geacht over het tijdvak waarin zij in ploegendienst werkzaam zijn, loon te hebben genoten over vijf dagen per week, ook als zij feitelijk minder of geen dagen werken. De rechtbank oordeelt dat dit tijdvak zowel de weken omvat waarin gewerkt wordt als de weken waarin niet gewerkt wordt.
Verder bepaalt artikel 9, zesde lid, CSV in samenhang met de Nadere regels maximumdagloon en franchises WW dat het aantal loondagen gemiddeld niet meer dan vijf per werkweek mag zijn, en dat over een periode van vier weken maximaal twintig loondagen in aanmerking worden genomen. De rechtbank concludeert dat de werkgever terecht per vier weken twintig loondagen heeft gerekend, ook al werken de werknemers feitelijk tien dagen. De rechtbank volgt hiermee niet de eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep uit 2001, die anders oordeelde.
De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt dat de premies over twintig loondagen per vier weken verschuldigd zijn, waarbij het meerdere buiten beschouwing blijft. De rechtbank acht de eerdere correcties van de premies bij een ander bedrijf niet bindend voor deze zaak en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de premievaststelling over twintig loondagen per vier weken bevestigd.