ECLI:NL:RBHAA:2005:AU2671
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J.P. Veenhof
- Rechtspraak.nl
Betwisting betaling fictieve opzegtermijn conform sociaal plan bij ontbinding arbeidsovereenkomst
De werknemer was sinds 1991 in dienst bij de werkgever en werd in 2004 betrokken bij een reorganisatie waarbij zijn arbeidsplaats verviel. De werkgever had met vakorganisaties een sociaal plan afgesloten dat onder meer een fictieve opzegtermijn regelde die bij ontbinding door de kantonrechter voor rekening van de werkgever komt, mits de werknemer geen verweer voert.
De arbeidsovereenkomst van de werknemer werd ontbonden wegens een opzegverbod vanwege zijn lidmaatschap van de ondernemingsraad. De werknemer vorderde betaling van loon en emolumenten over de fictieve opzegtermijn, die volgens hem doorliep tot 1 september 2004, terwijl de werkgever slechts tot 23 augustus 2004 betaalde.
De werkgever stelde dat de fictieve opzegtermijn alleen betrekking had op het recht op WW-uitkering en dat betaling van volledige loon en emolumenten niet verplicht was. Ook voerde zij aan dat het verweer van de werknemer de ontbinding met 2,5 maand had vertraagd, waardoor de fictieve termijn voor hem later begon. De kantonrechter verwierp het primaire verweer en oordeelde dat de werknemer recht heeft op volledige betaling van loon en emolumenten over de fictieve opzegtermijn.
Het subsidiaire verweer dat de werknemer door verweer de procedure vertraagde en daardoor later aanvang van de fictieve termijn geldt, werd wel aanvaard. De kantonrechter bepaalde dat de fictieve opzegtermijn voor de werknemer gelijk moet zijn aan die van de andere werknemers die geen verweer voerden, en verwees de zaak naar de rol voor nadere vaststelling van de aanvangsdatum en berekening van de vordering.
Verder werd geoordeeld dat de werknemer slechts recht heeft op 50% van de dertiende maand vanwege afspraken in het sociaal plan en dat vakantietoeslag bij de berekening van vakantiedagen moet worden betrokken. De gevorderde wettelijke verhoging werd afgewezen omdat het uitblijven van betaling niet aan de werkgever kon worden toegerekend.
Uitkomst: De kantonrechter oordeelt dat werknemer recht heeft op volledige loonbetaling over de fictieve opzegtermijn, tenzij verweer wordt gevoerd, en verwijst de zaak voor nadere berekening en beslissing.