ECLI:NL:RBHAA:2006:AV2188
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over erfpachtsrecht bij staking onderneming na echtscheiding ouders
De rechtbank Haarlem behandelde een geschil over de belastingheffing van de aanvangswaarde van een erfpachtsrecht dat de vader van eiser in 1975 om niet van de Staat had verkregen en dat tot het ondernemingsvermogen behoorde.
Na de echtscheiding van de ouders in 1984 werd het erfpachtsrecht niet geactiveerd in de fiscale vermogensopstellingen en vond geen afrekening plaats over de aanvangswaarde. De onderneming werd na het overlijden van de vader in 1987 geruisloos voortgezet door eiser en zijn familie.
In 1999 werd de onderneming gestaakt en het erfpachtsrecht verkocht. Verweerder legde een aanslag op waarbij de helft van de aanvangswaarde alsnog werd belast. Eiser stelde dat deze afrekening ten onrechte in 1999 plaatsvond omdat hierover al bij de echtscheiding had moeten worden afgerekend.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat in 1984 een afrekening had plaatsgevonden en dat verweerder niet aannemelijk had gemaakt dat een verzoek tot geruisloze doorschuiving was gedaan. Het standpunt van eiser dat de fout hersteld kon worden door opname van het erfpachtsrecht op zijn balans werd verworpen omdat dit zou leiden tot onbelaste winst.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde verweerder in de proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de aanslag waarbij de helft van de aanvangswaarde van het erfpachtsrecht in 1999 wordt belast.