ECLI:NL:RBHAA:2006:AX4870
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Schriftelijkheidsvereiste bij mondelinge koopovereenkomst van woning onder artikel 7:2 lid 1 BW
In deze zaak stond centraal of het schriftelijkheidsvereiste van artikel 7:2 lid 1 BW Pro ook geldt voor een verkoper die mondelinge overeenstemming heeft bereikt met een particuliere koper over de verkoop van een woning. De voorzieningenrechter concludeerde dat zowel koper als verkoper pas gebonden zijn aan de koop wanneer deze schriftelijk is vastgelegd, met als enige uitzondering dat de verkoper geen drie dagen bedenktijd heeft.
De feiten betroffen een woning met grond te [woonplaats Y], die in 2005 mondeling werd overeengekomen tussen eiseres en gedaagde sub 2. Hoewel er overeenstemming was over de essentiële onderdelen zoals object, koopsom en leveringsdatum, was er geen schriftelijke koopovereenkomst getekend. Gedaagde sub 2 verkocht de woning vervolgens aan een BV waarvan hij mede-bestuurder was, wat door eiseres als paulianeus werd bestempeld.
De voorzieningenrechter verwierp de vorderingen van eiseres tot levering en vernietiging van de latere verkoop aan de BV, omdat het huidige recht vereist dat de koop schriftelijk wordt vastgelegd. De rechtbank benadrukte het belang van rechtszekerheid en wees op het ontbreken van een wettelijke bepaling die de verkoper bindt aan mondelinge overeenstemming zonder schriftelijke vastlegging. De beslagen op de woning werden gehandhaafd gedurende de appeltermijn om eiseres de mogelijkheid te geven de rechtsvraag hogerop voor te leggen.
De kosten werden veroordeeld aan eiseres in conventie en aan Moos en gedaagde sub 2 in reconventie. Het vonnis werd gewezen door mr. Th.S. Röell en op 24 mei 2006 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vorderingen van eiseres tot levering van de woning worden afgewezen wegens het ontbreken van een schriftelijke koopovereenkomst.