ECLI:NL:RBHAA:2006:AY9794
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.P.M. van Rijn
- J. van de Merwe
- J.M. van Kempen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vervolgingskosten bij versnelde invordering wegens vrees voor verduistering
Eiser werd voor het jaar 2004 een voorlopige aanslag IB/PVV opgelegd van €182.310, gebaseerd op vermoedelijke drugshandel. De aanslag en het dwangbevel zijn op 22 december 2004 aan eiser betekend, terwijl hij gedetineerd was. De vervolgingskosten van €5.806 werden opgelegd na het uitblijven van betaling.
Eiser voerde aan dat geen sprake was van vrees voor verduistering, dat het justitieel beslag al bestond en dat de versnelde invordering onterecht was. Tevens stelde hij dat hij onvoldoende gelegenheid had gehad om te betalen en dat sprake was van détournement de pouvoir.
De rechtbank oordeelde dat alleen administratief beroep openstaat tegen de betekeningskosten van het dwangbevel (€5.687) en dat eiser voldoende gelegenheid had om te betalen, ook al was hij gedetineerd. De rechtbank vond dat de beoordeling van vrees voor verduistering en de rechtmatigheid van versnelde invordering niet in deze fiscale procedure thuishoort, maar in een civiele procedure.
De rechtbank concludeerde dat de vervolgingskosten terecht zijn opgelegd, dat het beroep ongegrond is en dat de motivering van de uitspraak op bezwaar voldoet aan de eisen van de Awb.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de vervolgingskosten terecht zijn opgelegd.