ECLI:NL:RBHAA:2007:BA0588
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete naheffingsaanslag bpm wegens overschrijding redelijke termijn
Eiser, taxichauffeur en vennoot van een vennootschap onder firma, werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag bpm en een vergrijpboete wegens vermeend onjuist gebruik van een personenauto voor privédoeleinden. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de auto geheel of nagenoeg geheel voor taxivervoer was gebruikt, mede door significante verschillen in kilometeradministraties en onvolledige rittenkaarten.
De rechtbank stelde vast dat het niet voldoen aan de administratieverplichting geen verzwaring van de bewijslast voor eiser betekende, aangezien de bewijslast reeds op hem rustte. De naheffingsaanslag werd daarom terecht opgelegd. De opgelegde vergrijpboete werd echter verminderd van 50% naar 25% in bezwaar en de rechtbank mat deze boete verder met 10% vanwege overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in het EVRM.
Het beroep werd gegrond verklaard voor zover het de boete betrof, met een vermindering tot € 1.547. Het beroep werd ongegrond verklaard voor zover het de naheffingsaanslag betrof. Tevens werd het door eiser betaalde griffierecht vergoed. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 14 maart 2007.
Uitkomst: De naheffingsaanslag bpm wordt gehandhaafd, de vergrijpboete verminderd tot € 1.547 wegens overschrijding redelijke termijn.