ECLI:NL:RBHAA:2007:BA7518
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.P.W. van de Ven
- A.C.M. Rutten
- J.M. Ghrib
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking loondoorbetalingsverplichting wegens onvoldoende motivering
Eiseres was sinds 1999 werkzaam als salarisadministrateur en viel in januari 2004 uit wegens ziekte. Verweerder legde op 29 december 2005 een loondoorbetalingsverplichting op aan de werkgever voor de periode van 26 januari tot 25 mei 2006 en wees de WIA-uitkering van eiseres af. De werkgever maakte bezwaar tegen de loondoorbetalingsverplichting, dat werd gehonoreerd door verweerder die de sanctie introk met verwijzing naar een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep.
Eiseres stelde dat de intrekking onterecht was en dat het onderzoek naar re-integratie-inspanningen onvoldoende zorgvuldig was geweest. De rechtbank oordeelde dat verweerder een onjuiste uitleg gaf aan de uitspraak van de Raad en dat de loondoorbetalingsverplichting ondanks de uitspraak nog steeds kon worden opgelegd op grond van artikel 71a, negende lid, WAO, mits voldoende gemotiveerd.
De rechtbank stelde vast dat verweerder zich niet kon baseren op artikel 5, tweede lid, Bvlp, omdat dit in strijd is met artikel 71a, negende lid, WAO. Het besluit tot intrekking van de loondoorbetalingsverplichting was onvoldoende gemotiveerd en daarom vernietigde de rechtbank het besluit. Tevens veroordeelde zij verweerder in de proceskosten en gelastte zij vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de loondoorbetalingsverplichting wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.