ECLI:NL:CRVB:2006:AV2317
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Loonsanctiebesluiten in strijd met de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
Gedaagde 2 werd arbeidsongeschikt en diende een aanvraag in voor een WAO-uitkering, vergezeld van een reïntegratieverslag dat incompleet bleek. Het UWV verlengde de loondoorbetalingsperiode van gedaagde 1 met vier maanden vanwege het niet volledig aanleveren van het reïntegratieverslag en weigerde de WAO-uitkering toe te kennen. De rechtbank vernietigde deze besluiten omdat de sanctie onterecht was opgelegd.
In hoger beroep stelde het UWV dat de sanctie gebaseerd was op het niet volledig naleven van de verplichting tot het opstellen van het reïntegratieverslag, niet op onvoldoende reïntegratie-inspanningen. Gedaagden stelden dat het reïntegratieverslag reeds volledig was ingediend en dat het UWV nalatig was geweest. Tevens werd de hersteltermijn van twee weken betwist als te kort en de sanctie als onevenredig.
De Raad concludeerde dat de beleidsregel die een minimumsanctie van vier maanden loondoorbetaling voorschrijft in strijd is met artikel 71a, negende lid, van de WAO en daarom onrechtmatig is. De sanctie kon geen grondslag vormen voor het besluit en het bestreden besluit werd vernietigd. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten aan gedaagden.
Uitkomst: De loonsanctiebesluiten zijn onrechtmatig en worden vernietigd; het UWV wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.