ECLI:NL:CRVB:2008:BG9630
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Intrekking loonsancties door UWV wegens strijd met wettelijke bepalingen
Het UWV legde aan de werkgever van betrokkene een loondoorbetalingsverplichting van vier maanden op, welke later werd ingetrokken na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze intrekking gegrond, maar het UWV ging in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat artikel 5, tweede lid, van de Beleidsregels verlenging loonbetaling poortwachter (Blvp) in strijd is met artikel 71a, negende lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Hierdoor waren de opgelegde loonsancties onrechtmatig en terecht ingetrokken door het UWV.
De Raad verwierp het standpunt van betrokkene dat de rechtbank zelf een loonsanctie had moeten opleggen, aangezien het niet duidelijk was hoe het nieuwe besluit op bezwaar zou luiden. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het intrekken van de sancties ongegrond.
De Raad zag geen aanleiding tot het toekennen van wettelijke rente en vond geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 24 december 2008.
Uitkomst: Het beroep tegen het intrekken van de loonsancties door het UWV wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.