ECLI:NL:RBHAA:2007:BA8803
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.M. van Amsterdam
- M.J. Leijdekker
- A.P.M. van Rijn
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over navorderingsaanslagen en boetes inkomstenbelasting horecaonderneming
Eiser, een horecaondernemer, kreeg navorderingsaanslagen opgelegd voor de jaren 1999 en 2000 en een ambtshalve aanslag voor 2001, inclusief boetes en heffingsrente. De aanslagen waren gebaseerd op een theoretische omzetberekening wegens het niet bewaren van primaire administratie.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet voldeed aan de bewaarplicht van essentiële kasadministratie, waardoor de bewijslast verschoof en verzwaarde. Eiser voerde aan dat de theoretische omzetberekening onredelijk was, maar kon dit onvoldoende onderbouwen. Ook stelde eiser dat uitstel was verleend voor de aangifte 2001, maar dit kon niet worden bewezen.
De rechtbank oordeelde dat de correcties van verweerder gebaseerd waren op een redelijke schatting en dat eiser onvoldoende bewijs leverde dat deze te hoog waren. De boetes voor 1999 en 2000 werden gematigd van 50% tot 30% vanwege het tijdsverloop en persoonlijke omstandigheden. De verzuimboete voor 2001 werd vernietigd omdat de aangifte niet tijdig was ingediend.
De heffingsrente werd gehandhaafd omdat geen sprake was van onredelijk tijdsverloop. De rechtbank veroordeelde verweerder in de proceskosten van eiser en wees de Staat aan als vergoedingsplichtige. Het beroep werd gegrond verklaard voor de boetes, ongegrond voor de aanslag 2001, en verweerder werd verplicht tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Boetes voor 1999 en 2000 verminderd tot 30%, verzuimboete 2001 vervallen, beroep tegen aanslag 2001 ongegrond, proceskosten toegewezen aan eiser.