ECLI:NL:RBHAA:2007:BB7391
Rechtbank Haarlem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen weigering betalingsopdracht in schuldsaneringsregeling
De zaak betreft een hoger beroep ex artikel 315 Faillissementswet Pro tegen een beschikking van de rechter-commissaris die weigerde toestemming te geven voor een betalingsopdracht aan de Kasbank. Deze opdracht betrof de storting op de privérekening van de schuldenaar van boedelafdrachten, belastingteruggaven en rente die voorafgaand aan de homologatie van een akkoord op de boedelrekening waren gestort.
De schuldenaar had gedurende de schuldsaneringsregeling meerdere belastingteruggaven ontvangen die op de boedelrekening waren bijgeschreven. Na homologatie van het akkoord, dat een uitkeringspercentage van ten minste 48% aan concurrente schuldeisers voorschreef, wilde de schuldenaar een bedrag van circa €19.919,18 laten overboeken naar zijn privérekening. De rechter-commissaris weigerde dit omdat de uitbetaling niet strookte met een correcte uitvoering van het akkoord en de schuldeisers daardoor tekort zouden kunnen worden gedaan.
De rechtbank overweegt dat de toezichthoudende bevoegdheid van de rechter-commissaris ook na homologatie blijft bestaan en dat het woord "ten minste" in het akkoord niet betekent dat de schuldenaar vrij is om het uitkeringspercentage naar eigen inzicht te bepalen. Daarnaast oordeelt de rechtbank dat de boedelbijdragen die de schuldenaar vooraf had gestort niet aan hem terugbetaald kunnen worden zolang deze gelden beschikbaar moeten blijven voor de schuldeisers.
De rechtbank verwerpt het beroep en bekrachtigt de beslissing van de rechter-commissaris, waarmee de betalingsopdracht wordt geweigerd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de rechter-commissaris om de betalingsopdracht te accorderen wordt bekrachtigd.