ECLI:NL:RBHAA:2007:BC0641
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.G. Kemmers
- A.A. Fase
- T.A. de Hek
- Rechtspraak.nl
Gebruikelijkheidstoets terbeschikkingstelling pand binnen familierelatie bij inkomstenbelasting
Eiser, zoon van een directeur-grootaandeelhouder, verkocht samen met zijn broer een kantoorpand aan zichzelf waarbij de koopprijs geheel schuldig bleef aan hun vader. De vader droeg de hypothecaire vordering over aan zijn vennootschap, die het pand vervolgens huurde van de kinderen. Verweerder stelde dat deze samenhangende rechtshandelingen ongebruikelijk waren en legde een correctie op als inkomsten uit overige werkzaamheden.
De rechtbank onderzocht of de terbeschikkingstelling van het pand aan de vennootschap van de vader in het maatschappelijk verkeer ongebruikelijk was, zoals bedoeld in art. 3.92, derde lid Wet IB 2001. Hierbij werd gekeken naar de zakelijke voorwaarden van de afzonderlijke overeenkomsten en de familierelatie.
De rechtbank concludeerde dat de transacties onder zakelijke condities plaatsvonden en dat binnen de gegeven familierelatie het gebruikelijk is dat kinderen zaken van hun ouders overnemen waarbij de koopsom schuldig blijft. Het samenstel van rechtshandelingen leidde niet tot een ongebruikelijke terbeschikkingstelling.
Daarmee faalde de bewijslast van verweerder en werd het beroep van eiser gegrond verklaard. De belastingaanslag werd verminderd en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eiser.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige belastingkamer van de rechtbank Haarlem op 11 december 2007.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vermindert de belastingaanslag wegens het ontbreken van een ongebruikelijke terbeschikkingstelling.