ECLI:NL:RBHAA:2007:BC2681
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering restitutie buitenlandse bronbelasting bij nihilaanslag vennootschapsbelasting niet in strijd met vrijheid van kapitaalverkeer
In deze bestuursrechtelijke zaak vordert eiseres, een moedermaatschappij van een fiscale eenheid, restitutie van in Duitsland en Frankrijk ingehouden bronbelasting op dividenden die zij in 2003 ontving. De vennootschapsbelastingaanslag over dat jaar werd vastgesteld op nihil, waarbij alleen de Nederlandse dividendbelasting werd gerestitueerd.
Eiseres stelt dat het ontbreken van verrekening van de buitenlandse bronbelasting in strijd is met de vrijheid van kapitaalverkeer zoals gewaarborgd in artikel 56 EG Pro. De rechtbank onderzoekt de nationale wetgeving, de belastingverdragen met Duitsland en Frankrijk, en relevante jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.
De rechtbank concludeert dat de zogenoemde 'tweede limiet' in het belastingverdrag met Frankrijk, die de verrekening maximaliseert tot het bedrag van de in Nederland verschuldigde belasting, verenigbaar is met de vrijheid van kapitaalverkeer. Ook het ontbreken van verrekening van Duitse bronbelasting is niet onverenigbaar, mede omdat eiseres in een verliessituatie verkeert en geen vennootschapsbelasting verschuldigd is.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst de vordering tot restitutie af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de vordering tot restitutie van buitenlandse bronbelasting wordt afgewezen.