ECLI:NL:RBHAA:2007:BG1480
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrek uitgaven levensonderhoud dochter in inkomstenbelasting 2003
Eiser stelde in zijn aangifte inkomstenbelasting 2003 een bedrag van €3.900 aan uitgaven voor levensonderhoud van zijn dochter in aftrek. Verweerder had slechts €2.600 in aftrek toegestaan. De dochter studeerde in 2003 en had een eigen inkomen van €5.002, waarmee zij een groot deel van haar levensonderhoud kon bekostigen.
De rechtbank oordeelde dat voor aftrek van deze kosten vereist is dat de belastingplichtige het kind geheel of nagenoeg geheel onderhoudt. Hierbij moet niet alleen naar de kosten worden gekeken, maar ook naar de eigen inkomsten van het kind. De inkomsten van de dochter moesten worden toegerekend aan haar kosten, waardoor niet kon worden aangenomen dat de kosten geheel of nagenoeg geheel op eiser drukten.
Eiser voerde tevens een beroep op het vertrouwensbeginsel aan vanwege de acceptatie van hogere kosten in 2004, maar de rechtbank verwierp dit omdat verweerder die aangifte niet inhoudelijk had beoordeeld en geen bewust standpunt had ingenomen.
Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser op aftrek van uitgaven voor levensonderhoud van zijn dochter in 2003 wordt ongegrond verklaard.