ECLI:NL:RBHAA:2007:BG5294
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.M. van Amsterdam
- Rechtspraak.nl
Beoordeling huurbaten en heffingsrente bij aanslag inkomstenbelasting 2002
Eiser en zijn echtgenote zijn eigenaar van een pand dat gedeeltelijk wordt verhuurd aan een vennootschap waarvan eiser directeur is. De hoogte van de huurbaten was in geschil bij de aanslag inkomstenbelasting 2002. Eiser baseerde zijn aangifte op een taxatie door een makelaar en een huurcontract, terwijl de inspecteur een lagere economische huurwaarde aanhield op basis van een belastingdiensttaxatie.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het door eiser opgegeven bedrag van €12.252 aan huurbaten juist is. Eiser heeft onvoldoende bewijs geleverd om het lagere bedrag van €7.273 te onderbouwen, mede omdat hij de belastingdiensttaxatie betwist.
Daarnaast was de periode waarover heffingsrente werd berekend aan de orde. Eiser stelde dat heffingsrente slechts over negen maanden na indiening van de aangifte verschuldigd zou zijn, maar de rechtbank wijst dit af omdat eiser geen verzoek om voorlopige aanslag heeft ingediend en bewust van die mogelijkheid heeft afgezien.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en legt geen proceskosten op. De uitspraak is gedaan op 15 juni 2007 door de rechtbank Haarlem, sector bestuursrecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de hoogte van de huurbaten en de berekening van heffingsrente wordt ongegrond verklaard.