ECLI:NL:GHAMS:2008:BG0967
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- P.F. Goes
- J. den Boer
- H.S. van Sonderen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging berekening heffingsrente op basis van artikel 30f AWR
Belanghebbende diende eind augustus 2003 een aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2002 in. De inspecteur bracht daarop heffingsrente in rekening, welke na bezwaar werd verlaagd. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond. Belanghebbende stelde dat de heffingsrente vanaf 1 januari 2003 tot de indiening van de aangifte berekend moest worden, omdat de inspecteur toen al een aanslag had kunnen opleggen.
Het Hof overwoog dat het in rekening brengen van heffingsrente rechtstreeks voortvloeit uit artikel 30f en volgende van de AWR. Of de inspecteur de gegevens voorhanden had om eerder een aanslag op te leggen, is niet relevant voor de periode waarover de heffingsrente wordt berekend. De wettelijke regeling laat geen ruimte om heffingsrente achterwege te laten omdat de inspecteur eerder had kunnen opleggen.
Belanghebbendes beroep op een besluit van de Staatssecretaris en de vermeende fout in de voorlopige aanslag konden hem niet baten. Ook een beroep op een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur werd verworpen wegens onvoldoende feiten. Het Hof bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de heffingsrente correct is berekend volgens artikel 30f AWR en wijst het hoger beroep af.