ECLI:NL:RBHAA:2008:BC5038
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. van Dongen
- R.G. Kemmers
- H.A.M. Röell-Mulder
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid en inhoudelijke beoordeling van belastingaanslagen en boetes na boekenonderzoek café-exploitant
Eiser exploiteert een café en werd geconfronteerd met naheffingsaanslagen omzetbelasting (OB), inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) en premies Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (Waz) over de jaren 2000 tot en met 2003, inclusief vergrijpboetes. Na een boekenonderzoek concludeerde de Belastingdienst dat de kasadministratie van eiser onbetrouwbaar was, waarna de omzet werd gecorrigeerd op basis van een theoretische goederenbeweging en schatting van het aantal glazen bier per fust.
Eiser maakte bezwaar tegen de aanslagen en boetes, waarna de Belastingdienst enkele aanslagen en boetes matigde. Eiser stelde beroep in tegen diverse uitspraken op bezwaar. De rechtbank oordeelde dat de beroepen tegen de navorderingsaanslagen IB/PVV 2000 en 2002 en de premie Waz 2000 en 2002 niet-ontvankelijk waren wegens overschrijding van de beroepstermijn. De beroepen tegen de aanslagen en boetes over 2001 en 2003 waren ontvankelijk en deels gegrond.
Inhoudelijk oordeelde de rechtbank dat eiser niet voldeed aan de administratie- en bewaarplicht, waardoor de Belastingdienst terecht een redelijke schatting maakte van de omzet. De stellingen van eiser over een lager aantal glazen bier per fust en een hoger weggeefpercentage waren onvoldoende onderbouwd. De opgelegde boetes waren passend, maar werden met 10% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn van twee jaar en zeven maanden tussen boekenonderzoek en uitspraak. De rechtbank veroordeelde de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De beroepen tegen de aanslagen en boetes over 2001 en 2003 worden gegrond verklaard met matiging van boetes, terwijl beroepen tegen navorderingsaanslagen 2000 en 2002 niet-ontvankelijk worden verklaard.