ECLI:NL:RBHAA:2008:BD2336
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.C.M. Rutten
- W.J.A.M. van Brussel
- M.J.S. Korteweg - Wiers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WW-uitkering wegens onvoldoende bewijs verlies werknemerschap
Eiser ontving vanaf november 2003 een WW-uitkering. Verweerder schortte deze uitkering op 4 april 2005 op en trok deze per 5 april 2004 in wegens het vermoeden dat eiser als zelfstandige werkzaam was en daardoor het werknemerschap had verloren. Dit was gebaseerd op inschrijving bij de Kamer van Koophandel, getuigenverklaringen en rapporten van de afdeling fraude.
Eiser voerde aan dat hij geen volledige zelfstandige werkzaamheden verrichtte, slechts een haalbaarheidsonderzoek deed en contacten onderhield met het CWI. Hij betwistte de betrouwbaarheid van getuigenverklaringen en overhandigde een tegenrapport van een financieel adviseur. Verweerder handhaafde het besluit en stelde dat eiser vanaf april 2004 actief was als zelfstandige.
De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende concrete aanwijzingen waren dat eiser in enige week volledig als zelfstandige heeft gewerkt. Getuigenverklaringen waren deels onbetrouwbaar en het dossier ontbrak aan duidelijke feiten over aard, omvang en tijdstip van werkzaamheden. Tevens was eiser ten onrechte niet gehoord voor de intrekking. Daarom werd het besluit tot intrekking vernietigd en verweerder veroordeeld tot vergoeding van proces- en deskundigenkosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WW-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van volledig zelfstandige werkzaamheden in enige week.