ECLI:NL:RBHAA:2008:BD5831
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.L. Bruinsma
- R.G. Kemmers
- J.M. van Kempen
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen inkomstenbelasting en vermogensbelasting
De rechtbank Haarlem behandelde beroepen van eiseres tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) over de jaren 1992 tot en met 2000, boetebeschikkingen over 1998 tot en met 2000, en navorderingsaanslagen vermogensbelasting (VB) over 1993 tot en met 1996. De aanslagen waren gebaseerd op gegevens van de Kredietbank Luxemburg (KB-Lux) die via België aan de Nederlandse fiscus waren verstrekt.
Eiseres voerde aan dat de gegevens onrechtmatig waren verkregen en dat zij geen opzet had tot belastingontduiking. De rechtbank oordeelde dat de gegevens rechtmatig waren verkregen en dat eiseres haar fiscale verplichtingen niet was nagekomen, waardoor omkering van de bewijslast van toepassing was. De rechtbank achtte de schattingen van het belastbaar inkomen redelijk en verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel.
De rechtbank matigde de opgelegde boetes en verhogingen met 20% wegens overschrijding van de redelijke termijn en wees de beroepen tegen de navorderingsaanslagen VB niet-ontvankelijk. Tevens werd het door eiseres betaalde griffierecht aan haar vergoed. De rechtbank handhaafde de navorderingsaanslagen en de verminderingen van de boetes en verhogingen zoals vastgesteld in bezwaar.
Uitkomst: De beroepen tegen de navorderingsaanslagen IB/PVV en boetebeschikkingen worden deels gegrond verklaard met matiging van boetes en verhogingen, terwijl de beroepen tegen de navorderingsaanslagen vermogensbelasting niet-ontvankelijk worden verklaard.