ECLI:NL:RBHAA:2008:BG3315
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toerekening van latent verschuldigde inkomstenbelasting bij conserverende aanslag successierecht
Eiser betwist de wijze waarop verweerder de conserverende aanslag successierecht heeft opgelegd over de nalatenschap van een overleden erflaatster, met name de toerekening van latent verschuldigde inkomstenbelasting aan de geconserveerde waarden. De rechtbank stelt vast dat het aanslagbiljet terecht één conserverende aanslag bevat, waarin zowel de voorwaardelijk onbelaste als de belaste geconserveerde waarde zijn opgenomen.
Eiser voerde aan dat de latente inkomstenbelasting niet aan de geconserveerde waarde toegerekend mag worden of dat dit op zijn minst op basis van evenredigheid moet gebeuren. Verweerder stelde dat de belastinglatentie 'aan de top' moet worden geëlimineerd, eerst van de onbelaste waarde en daarna van het belaste deel. De rechtbank wijst dit af en volgt de eisers standpunt dat de toerekening op basis van evenredigheid moet plaatsvinden.
De rechtbank overweegt dat het gelijkheidsbeginsel niet wordt geschonden en dat de latente inkomstenbelasting geen tegenprestatie vormt in de zin van de Uitvoeringsregeling. De zaak wordt terugverwezen naar verweerder om de aanslag opnieuw vast te stellen met inachtneming van de juiste evenredige toerekening van de belastinglatenties. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op de belastinglatenties evenredig toe te rekenen en de aanslag opnieuw vast te stellen.