ECLI:NL:RBHAA:2008:BG4168
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.J.M. Burg
- E.B. de Vries-van den Heuvel
- S.W.S. Kilic
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor bezit van vervalst paspoort bij uitreis met asielaanvraag
Verdachte werd op 23 juli 2008 op Schiphol aangehouden met een vervalst Nieuw-Zeelands paspoort bij zijn poging uit Nederland te reizen naar Engeland. Hij verklaarde asiel te willen aanvragen in Engeland en vluchteling te zijn vanwege bedreigingen in Somalië. De rechtbank onderzocht of artikel 31, eerste lid, van het Vluchtelingenverdrag bescherming biedt tegen strafvervolging bij onrechtmatige uitreis met een vals paspoort.
De rechtbank overwoog dat deze bepaling primair ziet op onrechtmatige binnenkomst of verblijf en dat bescherming bij onrechtmatige uitreis alleen geldt indien Nederland een doorreisland is en aan andere voorwaarden wordt voldaan. Verdachte verbleef minder dan twee weken in Nederland, maar de rechtbank oordeelde dat Nederland geen doorreisland was omdat verdachte aanvankelijk naar Nederland wilde reizen om zich bij zijn gezin te voegen, dat later bleek in Engeland te verblijven.
Verdachte had redelijkerwijs moeten vermoeden dat het paspoort vervalst was, mede doordat meerdere pagina's ontbraken. De rechtbank verwierp het verweer dat het paspoort een 'look alike' was. De rechtbank verklaarde het openbaar ministerie ontvankelijk en veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van twee maanden. Tevens werden de in beslag genomen reisdocumenten verbeurd verklaard.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden voor het bezit van een vervalst paspoort bij uitreis uit Nederland.