ECLI:NL:RBHAA:2008:BG5494
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.F.W. Brouwer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM wegens toepassing artikel 31 Vluchtelingenverdrag bij gebruik vals paspoort door Afghaanse asielzoeker
Verdachte, een Afghaanse vrouw, werd vervolgd wegens het bezit van een vals Syrisch paspoort bij binnenkomst in Nederland. Zij verklaarde dat zij en haar familie vanwege bedreigingen in Afghanistan via Griekenland naar Nederland waren gereisd om asiel te zoeken. De rechtbank stelde vast dat verdachte en haar familie zich niet vrij konden bewegen in Griekenland en dat zij van meet af aan de intentie hadden om naar Nederland te reizen.
De officier van justitie voerde aan dat Griekenland een veilig land is en dat verdachte geen beroep kon doen op artikel 31 van Pro het Vluchtelingenverdrag. De rechtbank oordeelde echter dat verdachte aan de voorwaarden van dit artikel voldeed, mede omdat Griekenland niet als veilig land werd beschouwd en verdachte onmiddellijk na binnenkomst in Nederland asielgerelateerde redenen had opgegeven voor het gebruik van het valse paspoort.
De politierechter concludeerde dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat het nog niet tot strafvervolging had mogen overgaan. Hiermee werd het beroep van verdachte op de bescherming van artikel 31 Vluchtelingenverdrag Pro gehonoreerd en werd de vervolging geschorst.
Uitkomst: Het openbaar ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens toepassing van artikel 31 Vluchtelingenverdrag.