ECLI:NL:RBHAA:2008:BH1558
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- L.F. Roseval
- A.A. Fase
- J.M. van Kempen
- Rechtspraak.nl
Verliesvaststelling lening aan BV en afwaardering volgens artikel 3:92 Wet IB 2001
Eiser, directeur en enig aandeelhouder van een BV, had diverse leningen verstrekt aan zijn BV, die vervolgens aandelen kocht in een handelsmaatschappij die surseance van betaling aanvroeg. Eiser had de leningen en rekening-courantpositie volledig afgewaardeerd en dit verlies in zijn belastingaangifte 2004 in box 1 verwerkt.
De inspecteur accepteerde deze afwaardering niet en corrigeerde de rente-inkomsten, stellende dat sprake was van een onzakelijke lening vanwege het lage rentepercentage, het ontbreken van zekerheden en aflossingsschema's. Verweerder vond dat de afwaardering niet in box 1 mocht worden verwerkt.
De rechtbank oordeelt dat de leningen zakelijk waren bij verstrekking en dat er sprake is van een terbeschikkingstelling in de zin van artikel 3:92 Wet Pro IB 2001. De afwaardering van de vorderingen is toegestaan in box 1, ook al is de BV in surseance gegaan en heeft zij de rentebetalingen gestaakt. De rechtbank volgt de inspecteur niet in zijn stelling dat de lening niet mocht worden afgewaardeerd of dat dit in box II moest gebeuren.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar en vermindert de aanslag tot nihil belastbaar inkomen. Tevens stelt zij het verlies vast op €156.322. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van €644 en het griffierecht wordt aan eiser vergoed.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het verlies op de lening aan de BV wordt vastgesteld op €156.322 in box 1.