ECLI:NL:RBHAA:2008:BH1935
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voortzetting 30%-regeling wegens overschrijding driemaandstermijn
Eiser, een werknemer die na emigratie terugkeerde naar Nederland, had eerder een beschikking voor de 30%-regeling ontvangen voor zijn dienstverband bij B B.V. Na beëindiging van die dienstbetrekking op 1 mei 2006 trad hij pas op 21 mei 2007 in dienst bij D B.V. Tussen deze dienstverbanden zat een periode van meer dan drie maanden zonder dienstbetrekking.
Eiser verzocht om voortzetting van de 30%-regeling, maar dit werd door de Belastingdienst afgewezen. De rechtbank bevestigt dat de wettelijke driemaandstermijn een fatale termijn is en dat de regeling niet kan worden voortgezet als deze termijn wordt overschreden. Eiser voerde aan dat privé-omstandigheden de overschrijding veroorzaakten en dat de termijn onevenredig kort is, maar de rechtbank acht dit onvoldoende om af te wijken van de wettelijke regeling.
De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van de Hoge Raad en benadrukt dat de datum van totstandkoming van de arbeidsovereenkomst bepalend is voor de beoordeling van de termijn. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat uitlatingen van de Staatssecretaris geen rechtens bindend vertrouwen scheppen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de wettelijke driemaandstermijn voor voortzetting van de 30%-regeling is overschreden.