ECLI:NL:RBHAA:2009:BH3819
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- A.P.M. van Rijn
- T.A. de Hek
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling van borgstelling en regresvordering directeur-grootaandeelhouder
Eiser, middellijk aandeelhouder van Q BV, stelde een negatief resultaat uit werkzaamheden van € 500.000 ter zake van een regresvordering op Q BV uit hoofde van een borgstellingsovereenkomst met de bank. Verweerder accepteerde dit verlies niet en stelde het belastbaar inkomen op € 70.289.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de borgstellingsovereenkomst op 15 november 2004 werd aangegaan en dat de regresvordering pas ontstaat bij uitwinning, namelijk bij betaling van de schuld door eiser of zijn echtgenote. De betaling van € 16.500 in november 2006 werd door verweerder erkend en in mindering gebracht.
De rechtbank oordeelt dat de regresvordering niet direct bij het aangaan van de borgstelling tot de werkzaamheid behoort, maar pas bij uitwinning. Ook het subsidiaire standpunt van eiser om een passiefpost of voorziening op te nemen in de werkzaamheidsbalans wordt verworpen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard; de regresvordering behoort fiscaal niet tot de werkzaamheid bij het aangaan van de borgstelling.