ECLI:NL:RBHAA:2009:BH6284
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-belastingplichtigheid eigenaar grond voor grondwaterbelasting bij bouwputbemaling
Eiser gaf opdracht voor de bouw van een woning met kelder waarbij een aannemer een bronbemaling installeerde om de bouwput droog te houden. Verweerder legde eiser een naheffingsaanslag grondwaterbelasting op wegens onttrekking van grondwater door deze bemaling.
De kern van het geschil was of eiser als houder van de inrichting kon worden aangemerkt, hetgeen bepalend is voor de belastingplicht. De rechtbank baseerde zich op een arrest van de Hoge Raad waarin werd vastgesteld dat houder degene is die feitelijke macht over de inrichting uitoefent. Eigendom van de grond en opdrachtgeverschap zijn onvoldoende om houder te zijn.
Verweerder kon niet aantonen dat eiser feitelijke macht over de bemalingsinstallatie had. Het enkele feit dat eiser met een ambtenaar sprak of betrokken was bij een zandafgraving was onvoldoende. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de naheffingsaanslag, heffingsrente en boete, en veroordeelde verweerder in de proceskosten. Verzoek om schadevergoeding werd afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing.
Uitkomst: De naheffingsaanslag grondwaterbelasting is vernietigd omdat eiser niet als houder van de inrichting kan worden aangemerkt.