ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ4516
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.A. Fase
- J.H. Hoekstra
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- Rechtspraak.nl
Geen verband lening en uitkeringen volgens artikel 10a lid 2 Wet Vpb; jaarlijkse opwaardering converteerbare obligatielening is terecht
Eiseres, onderdeel van een internationaal cosmeticaconcern, betwist een aanslag vennootschapsbelasting over 2002. De discussie betreft drie punten: de aftrek van rente op een lening van een zustervennootschap (E Sarl) aan dochtervennootschap D, de fiscale behandeling van een converteerbare obligatielening aan een Luxemburgse vennootschap F SA, en de aftrekbaarheid van betaalde Zwitserse vennootschapsbelasting.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft aangetoond dat de lening van E Sarl aan D verband houdt met uitkeringen aan de moedermaatschappij C SA, zoals vereist onder artikel 10a lid 2 Wet Vpb. De fiscale eenheid wordt hierbij buiten beschouwing gelaten. Hierdoor wordt de aftrekbeperking van rente niet toegepast.
Ten aanzien van de converteerbare obligatielening stelt de rechtbank dat de jaarlijkse opwaardering van de lening als rentevergoeding moet worden meegenomen, ook al wordt rente niet periodiek betaald maar aan het einde van de looptijd. De mogelijkheid tot conversie of vervreemding sluit niet uit dat de rente jaarlijks wordt verantwoord. Het beroep faalt op dit punt.
Tot slot oordeelt de rechtbank dat de betaalde Zwitserse vennootschapsbelasting niet buiten de Nederlandse heffingsgrondslag mag worden gehouden, omdat geen regeling ter voorkoming van dubbele belasting van toepassing is. Het beroep wordt op dit punt gegrond verklaard. De aanslag wordt verminderd en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt deels gegrond verklaard; de renteaftrekbeperking wordt niet toegepast en de Zwitserse belasting is aftrekbaar, maar de jaarlijkse opwaardering van de converteerbare obligatielening blijft fiscaal relevant.