Uitspraak
Ontstaan en loop van het geding
2.Tussen partijen vaststaande feiten
Gegevens van het pleziervaartuig
Rechtbank Haarlem
Eiseres ontving een uitnodiging tot betaling van omzetbelasting na wederinvoer van een pleziervaartuig dat zij eerder had verkocht en dat meer dan drie jaar buiten het douanegebied van de EU verbleef. Zij stelde dat de door de douane afgegeven verklaring een vrijstelling van omzetbelasting bij wederinvoer zou garanderen en beriep zich op het vertrouwensbeginsel.
De rechtbank stelde vast dat op grond van artikel 185 van Pro het Communautair Douanewetboek een vrijstelling bij wederinvoer slechts geldt indien de goederen binnen drie jaar worden teruggebracht. De Hoge Raad had reeds geoordeeld dat de vrijstelling niet van toepassing was in dit geval omdat de termijn was overschreden.
De rechtbank beoordeelde vervolgens of de verklaring van de douane een redelijk en gewettigd vertrouwen kon wekken bij eiseres. Gezien de deskundigheid van eiseres en de duidelijke wettelijke regeling, oordeelde de rechtbank dat zij niet als een voorzichtige en bezonnen marktdeelnemer kon worden beschouwd indien zij de verklaring anders interpreteerde dan in overeenstemming met de wet.
De rechtbank wees het beroep af en bevestigde dat het vertrouwensbeginsel niet tot vrijstelling van de omzetbelasting leidt in deze situatie. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiseres op het vertrouwensbeginsel wordt afgewezen en de UTB blijft gehandhaafd.