ECLI:NL:RBHAA:2010:BM9368
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening maatschappelijke opvang voor gezin met rechtmatig verblijf en medische noodzaak
Verzoekster en haar gezin, met Surinaamse nationaliteit, verblijven sinds 2005 in Nederland. Verzoekster en haar jongste dochter hebben uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000 vanwege medische redenen. Verzoekster vroeg maatschappelijke opvang aan bij de gemeente Haarlem, die dit afwees vanwege verblijfstatus en het bestaan van voorliggende voorzieningen zoals COA-opvang en hulp van de Surinaamse ambassade.
De voorzieningenrechter oordeelt dat opvang door het COA nog niet adequaat is onderzocht en dat opvang waarbij kinderen in pleeggezinnen worden geplaatst niet voldoet aan de vereisten van adequate maatschappelijke opvang en strijdig is met artikel 8 EVRM Pro. De rechter stelt vast dat verzoekster en haar jongste dochter rechtmatig verblijf hebben en dat de medische situatie van het jongste kind opvang vereist waarbij zij bij haar moeder kan blijven.
De rechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe, schorst het bestreden besluit en draagt de gemeente op om het gezin gezamenlijk toe te laten tot maatschappelijke opvang totdat een definitieve beslissing is genomen. Tevens veroordeelt hij de gemeente in de proceskosten en gelast vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en het bestreden besluit geschorst, met opdracht tot toelating van het gezin tot maatschappelijke opvang.