ECLI:NL:RBHAA:2010:BN1329
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.T.B. de Vries
- W.J.A.M. van Brussel
- M. Mateman
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding vanaf 2001
Eisers ontvingen bijstand op grond van de WWB en Abw, waarbij eiseres een toeslag voor alleenstaande ouder kreeg. Verweerder stelde na onderzoek vast dat eiseres vanaf 20 augustus 2001 een gezamenlijke huishouding voerde met eiser, zonder dit te melden, wat leidde tot het onterecht ontvangen van bijstand.
Eisers voerden aan dat de gezamenlijke huishouding pas vanaf 3 januari 2008 bestond, dat zij niet goed Nederlands spreken en niet in het bijzijn van een tolk zijn gehoord, en dat de hoorplicht is geschonden. De rechtbank oordeelde dat de hoorplicht niet is geschonden, dat eisers wel degelijk begrepen wat zij verklaarden en dat zij ondertekende verklaringen hebben afgelegd.
De rechtbank stelde vast dat eiser en eiseres sinds mei 2001 samenwoonden, ondersteund door verklaringen van buren en de verklaringen van eisers zelf. Hierdoor was sprake van een gezamenlijke huishouding vanaf 20 augustus 2001, waardoor eiseres haar inlichtingenplicht heeft geschonden. Verweerder mocht de uitkering intrekken en het bedrag van € 103.954,50 terugvorderen, mede van eiser die hoofdelijk aansprakelijk is gesteld.
Het beroep is ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering vanaf 20 augustus 2001 worden bevestigd.