ECLI:NL:RBHAA:2010:BO8286
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot betaling naheffingsaanslag loonbelasting wegens licentievergoedingen als loon
De zaak betreft een geschil tussen AZ en [A] over de fiscale kwalificatie van licentievergoedingen die door DSB aan [A BV] zijn betaald voor het gebruik van de naam en het portret van [A]. De belastingdienst heeft deze betalingen aangemerkt als loon van [A], waarop AZ een naheffingsaanslag loonbelasting is opgelegd. AZ vordert van [A] betaling van het bedrag dat zij aan de belastingdienst heeft voldaan.
De rechtbank stelt vast dat de arbeidsovereenkomst en de licentieovereenkomst zo nauw met elkaar samenhangen dat de licentievergoedingen als loon uit dienstbetrekking moeten worden beschouwd. Hoewel de betalingen aan [A BV] zijn gedaan, komen deze ten goede aan [A] en zijn familie. Het hof heeft vastgesteld dat een groot deel van de licentievergoedingen als loon moet worden aangemerkt.
[ A] betwist de vordering onder meer wegens verjaring en het ontbreken van betrokkenheid in de beroepsprocedure tegen de belastingdienst. De rechtbank oordeelt echter dat de verjaringstermijn tijdig is gestuit en dat AZ voldoende haar standpunten heeft toegelicht in de procedure bij het hof. De tegenvordering van [A] tot betaling van loon wordt afgewezen omdat deze geen feitelijke grondslag heeft.
De rechtbank veroordeelt [A] tot betaling van €163.156, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 15 mei 2009, en in de proceskosten. De tegenvordering van [A] wordt afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten van AZ.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt [A] tot betaling van €163.156 aan AZ wegens naheffingsaanslag loonbelasting en wijst de tegenvordering af.