ECLI:NL:RBHAA:2010:BP6888
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling urencriterium en aftrekposten zelfstandige belastingadviseur
Eiser, een zelfstandige belastingadviseur, voerde beroep aan tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2000 tot en met 2004. Kern van het geschil betrof het urencriterium voor de zelfstandigenaftrek, de aftrek van autokosten, correcties op debiteurenposten en toepassing van de gebruikelijkloonregeling.
De rechtbank stelde vast dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij het urencriterium van 1225 uur per jaar had gehaald, mede omdat hij geen urenadministratie bijhield en de overgelegde verklaringen onvoldoende specifiek waren. Ook de geclaimde autokosten werden niet aannemelijk geacht. Correcties op debiteuren werden niet bestreden en bleken niet nadelig voor eiser. De gebruikelijkloonregeling en winstverschuiving werden door eiser niet succesvol bestreden.
De rechtbank oordeelde dat sprake was van een nieuw feit waardoor navordering gerechtvaardigd was en dat de bewijslast bij eiser lag. Wel werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten in bezwaar en beroep over de jaren 2000 en 2001, omdat het beroep niet uitsluitend voortvloeide uit de handelwijze van eiser.
De beroepen werden verder ongegrond verklaard. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige belastingkamer van de Rechtbank Haarlem op 12 november 2010.
Uitkomst: De beroepen van eiser worden grotendeels ongegrond verklaard, behalve voor het toekennen van proceskostenvergoeding over 2000 en 2001.