ECLI:NL:RBHAA:2011:BR5912
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. van Dongen
- A.J. Roke
- C.J. Hummel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van oplegging tweede uitnodiging tot betaling wegens valse formulieren A bij invoer textiel uit Bangladesh
Eiseressen hebben beroep ingesteld tegen twee uitnodigingen tot betaling (utb's) van douanerechten wegens het gebruik van valse of vervalste formulieren A bij de invoer van textielgoederen uit Bangladesh in de jaren 2006-2008. De utb's zijn opgelegd nadat de Europese anti-fraudedienst OLAF onderzoek had gedaan en vastgesteld dat de formulieren A, afgegeven namens de bedrijven [E] Ltd. en [F] Ltd., vals waren.
De rechtbank heeft onderzocht of het verdedigingsbeginsel bij de oplegging van de tweede utb's is geschonden. De rechtbank oordeelt dat eiseressen voldoende gelegenheid hebben gehad hun zienswijze kenbaar te maken en dat de voorbereiding van de utb's zorgvuldig is verlopen. Daarnaast is geoordeeld dat voor dezelfde feiten een tweede utb kan worden opgelegd, mits aan de voorwaarden van het Communautair douanewetboek (CDW) wordt voldaan.
Verder is getoetst of er sprake is van een vergissing door de bevoegde douaneautoriteiten, wat een grond zou kunnen zijn om de navordering te weigeren. De rechtbank concludeert dat geen sprake is van een vergissing, mede omdat de formulieren A niet ter verificatie naar het EPB zijn gestuurd en de douane op basis van het OLAF-onderzoek mocht aannemen dat de formulieren vals waren.
De rechtbank wijst het beroep af en verklaart de utb's terecht opgelegd. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te Amsterdam.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt dat de tweede uitnodigingen tot betaling terecht zijn opgelegd wegens het gebruik van valse formulieren A.