ECLI:NL:RBHAA:2011:BU6830
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. Hoekstra
- A.A. Fase
- S.K.A. Efstratiades
- Rechtspraak.nl
Geen voorziening voor naheffingsaanslag omzetbelasting en heffingsrente wegens ontbreken redelijke mate van zekerheid
Eiser, een vennoot in een vof, maakte bezwaar tegen naheffingsaanslagen omzetbelasting over 2006 opgelegd aan de vof, alsmede tegen aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. De rechtbank stelde vast dat de naheffingsaanslagen betrekking hadden op het terugnemen van vooraftrek en dat de vof strafrechtelijk werd onderzocht wegens btw-carrouselfraude.
Eiser stelde dat op grond van goed koopmansgebruik een voorziening mocht worden gevormd per balansdatum 1 september 2006 voor de te betalen naheffingsaanslag inclusief heffingsrente. De rechtbank verwees naar jurisprudentie van de Hoge Raad waarin is bepaald dat een voorziening alleen mag worden gevormd indien uitgaven hun oorsprong vinden in feiten vóór de balansdatum en er een redelijke mate van zekerheid is dat deze uitgaven zich zullen voordoen.
De rechtbank concludeerde dat de naheffingsaanslagen door de Belastingdienst buiten invordering zijn gesteld en dat daardoor geen redelijke mate van zekerheid bestaat dat de uitgaven zich zullen voordoen. Ook voor de heffingsrente kon geen voorziening worden gevormd omdat de rentetermijn pas op 1 januari 2007 begon, na de balansdatum. Een door eiser aangevoerde toezegging van verweerder dat een voorziening gevormd mocht worden, werd door de rechtbank verworpen wegens te algemene formulering.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en veroordeelde partijen niet tot proceskosten. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer).
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en oordeelt dat geen voorziening kan worden gevormd voor de naheffingsaanslag omzetbelasting en heffingsrente.