ECLI:NL:RBHAA:2011:BV3635
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.H.L.C. Bijvoet
- A. van Dongen
- A.E. Keulemans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking aansprakelijkstelling wegens ontbreken kennelijk onbehoorlijk bestuur
De zaak betreft een beroep tegen een beschikking waarin eiser aansprakelijk werd gesteld voor een onbetaalde naheffingsaanslag omzetbelasting van de BV waarvan eiser middellijk bestuurder is. Verweerder stelde dat sprake was van kennelijk onbehoorlijk bestuur omdat de omzetbelasting bewust niet was voldaan om een disproportionele dividenduitkering mogelijk te maken en vanwege een gebrekkige administratie.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet voldeed aan de bewijslast om kennelijk onbehoorlijk bestuur aan te tonen. De financiële positie van de BV was niet relevant voor de beoordeling van het bestuurshandelen, en de dividenduitkering door de Holding kon niet worden toegerekend aan de BV. Ook was het niet juist dat de administratie zodanig gebrekkig was dat dit als kennelijk onbehoorlijk bestuur kon worden aangemerkt, aangezien het bedrag aan omzetbelasting wel in de jaarstukken was opgenomen, zij het onjuist als netto-omzet.
De rechtbank vernietigde daarom de beschikking aansprakelijkstelling en de uitspraak op bezwaar. Tevens veroordeelde zij verweerder in de proceskosten van eiser. Het beroep werd gegrond verklaard omdat verweerder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat eiser kennelijk onbehoorlijk had gehandeld in de zin van artikel 36 lid 3 Invorderingswet Pro 1990.
Uitkomst: De beschikking aansprakelijkstelling wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur wordt vernietigd omdat verweerder de bewijslast niet heeft voldaan.