ECLI:NL:HR:2005:AT6017
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bestuurder wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur en belastingschuld
De zaak betreft de aansprakelijkheid van een bestuurder van Holland Foodmachinery B.V. (HFM) op grond van artikel 36 Invorderingswet Pro 1990 wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur. HFM liet een belastingschuld van ruim ƒ 581.000 onbetaald na, waarop de bestuurder aansprakelijk werd gesteld.
De rechtbank Arnhem stelde vast dat sprake was van kennelijk onbehoorlijk bestuur en aansprakelijkheid tot een bedrag van ƒ 150.000, maar het hof Arnhem beperkte de aansprakelijkheid tot € 53.821,06 en beoordeelde de gedragingen afzonderlijk zonder deze in onderlinge samenhang te betrekken.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onjuist heeft geoordeeld door de gedragingen niet in totaliteit en samenhang te beoordelen, en dat het hof bovendien niet juist het causaal verband tussen het bestuur en de onbetaalde belastingschulden heeft vastgesteld. De zaak wordt vernietigd en verwezen naar het hof 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling.
Daarnaast bevestigt de Hoge Raad dat de bewijslast bij de Ontvanger ligt om aannemelijk te maken dat het niet betalen van de belastingschuld het gevolg is van kennelijk onbehoorlijk bestuur, en dat de omkeringsregel niet van toepassing is in deze context.
Het incidentele cassatieberoep van de bestuurder wordt verworpen, en beide partijen worden veroordeeld in de kosten van het cassatieproces.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Arnhem en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling wegens onjuiste beoordeling van kennelijk onbehoorlijk bestuur en causaal verband.