Uitspraak
Ontstaan en loop van de gedingen
2.Tussen partijen vaststaande feiten
- hoeveelheden Euro’s heeft verworven en voorhanden gehad en overgedragen en omgezet en hiervan gebruik gemaakt, terwijl hij wist dat die voorwerpen -onmiddellijk of middellijk- afkomstig waren uit enig misdrijf, zulks terwijl hij, verdachte, van het plegen van voormelde feiten een gewoonte heeft gemaakt.
Vraag verbalisanten [aan eiser] : Wat wordt er bedoeld met de volgende termen en uitdrukkingen: tweespan, driespan, rond spelen, recht voor zijn kop?
€ 238.653
€ 199.331 € 560.471
€ 0
€ 19.525
€ 19.522
€ -/- 674
€ -/- 894
€ 674.295
€ 634.899
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
3.953
26.884
-/-1.040
3.953
-/-1.040
11 april 2007 waarin verweerder eiser op de hoogte heeft gesteld van zijn voornemen om af te wijken van de door hem ingediende aangifte ib/pvv 2004 en heeft meegedeeld een boete te zullen opleggen. Deze termijn is geëindigd met de uitspraak van de rechtbank. De totale behandelingsduur bedraagt dus ruim 5 jaar en 5 maanden zodat de redelijke termijn is overschreden met ruim 3 jaar en 5 maanden. De rechtbank ziet hierin aanleiding de hierboven vastgestelde boete verder te matigen met 20% (vergelijk Hof Amsterdam 5 juli 2012, nrs. 06/00464 en 06/00465, LJN: BX1532). De boete bedraagt derhalve € 37.481.
5.Proceskosten
6.Beslissing
- verklaart het beroep inzake de aanslag ib/pvv 2004 en de gelijktijdig met deze aanslag opgelegde beschikking heffingsrente ongegrond;
- verklaart het beroep inzake de gelijktijdig met de aanslag ib/pvv 2004 opgelegde vergrijpboete gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover betrekking hebbend op de vergrijpboete 2004;
- vermindert de vergrijpboete tot een bedrag van € 37.481 en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde besluit;
- verklaart het beroep tegen de aanslag ib/pvv 2005 en de gelijktijdig met deze aanslag opgelegde beschikkingen heffingsrente en verzuimboete ongegrond;
- verklaart het beroep tegen de aanslag zfw 2005 en de gelijktijdig met deze aanslag opgelegde beschikking heffingsrente ongegrond;
- verklaart het beroep tegen de aanslag zvw 2006 en de gelijktijdig met deze aanslag opgelegde beschikking heffingsrente ongegrond;
- verklaart het beroep tegen de aanslag ib/pvv 2006 en de gelijktijdig met deze aanslag opgelegde beschikking heffingsrente gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar met betrekking tot de aanslag ib/pvv 2006 en de bijbehorende beschikking heffingsrente;
- vermindert de aanslag ib/pvv 2006 tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 247.299 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van