ECLI:NL:RBHAA:2012:BW7874
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terbeschikkingstellingsregeling en aftrekbaarheid hypotheekrente na afwaardering regresvordering
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen aanslagen inkomstenbelasting over de jaren 2005, 2006 en 2007, waarbij hij rente op een hypothecaire lening in verband met borgstellingen voor een failliete vennootschap als resultaat uit overige werkzaamheden wilde aftrekken. De kern van het geschil betrof het moment waarop de terbeschikkingstelling van vermogensbestanddelen eindigt: eiser stelde dat dit pas bij de opheffing van het faillissement was, terwijl verweerder stelde dat dit moment viel samen met de afwaardering van de regresvordering.
De rechtbank stelde vast dat de activiteiten van de vennootschap feitelijk al in 2002 waren gestopt en dat het faillissement in 2004 was uitgesproken. De regresvordering was in 2005 afgewaardeerd tot nihil, wat erop wees dat geen redelijkerwijs te verwachten voordeel meer kon worden behaald. De rechtbank oordeelde dat de terbeschikkingstelling daarmee eindigde bij de afwaardering en dat de rente op de hypothecaire lening niet aftrekbaar was.
Daarnaast behandelde de rechtbank het verzoek van eiser om een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank oordeelde dat de redelijke termijn pas begon te lopen bij het indienen van de bezwaarschriften en dat deze niet was overschreden, waardoor het verzoek werd afgewezen.
De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige belastingkamer van de rechtbank Haarlem op 13 april 2012.
Uitkomst: De beroepen tegen de aanslagen inkomstenbelasting 2005, 2006 en 2007 worden ongegrond verklaard en de betaalde hypotheekrente is niet aftrekbaar.