ECLI:NL:RBHAA:2012:BW9858
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige zorgplichtschending door bank jegens beleggers Safe Haven zonder vergunning
In deze civiele procedure vordert Stichting Volendam namens individuele beleggers schadevergoeding van ABN AMRO Bank wegens onrechtmatig handelen. De bank had volgens de rechtbank een bijzondere zorgplicht om te onderzoeken of Safe Haven over de vereiste vergunning beschikte voor vermogensbeheer. Na een melding in 1996 had de bank de rekening van Safe Haven per 15 oktober 1996 moeten sluiten.
De rechtbank oordeelt dat de Stichting ontvankelijk is als lasthebber van de beleggersvorderingen en dat het verbod van artikel 3:305a BW niet aan de vordering tot schadevergoeding in de weg staat. De bank heeft onrechtmatig gehandeld jegens beleggers die na 15 oktober 1996 geld op de rekening hebben gestort. De beleggers worden aangemerkt als niet-professionele beleggers, waaronder ook éénmans- en familie-bv's.
Er is causaal verband tussen de schending van de zorgplicht door de bank en de geleden schade, en ook de relativiteitseis is vervuld omdat de norm strekt tot bescherming van beleggers. De rechtbank wijst toe dat de schade wordt berekend als de gestorte bedragen na 15 oktober 1996 minus terugontvangen bedragen, met een eigen schuld van 50% wegens onvoorzichtig handelen van beleggers. De bank moet per belegger nadere toelichting en bewijsstukken overleggen, waarna zij kan reageren.
De procedure omvat een deskundigenbericht over het handelen van de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) in 1996, die de bank adviseerde de relatie met Safe Haven te beëindigen en aangifte deed van een economisch delict. De rechtbank concludeert dat de STE tijdig had moeten optreden en dat de bank naliet de rekening te sluiten, waardoor beleggers schade leden. De Stichting en individuele beleggers krijgen gelegenheid hun schade nader te onderbouwen.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de bank onrechtmatig heeft gehandeld jegens beleggers die na 15 oktober 1996 geld op de rekening hebben gestort en veroordeelt de bank tot vergoeding van de schade met een eigen schuldvermindering van 50%.