ECLI:NL:RBHAA:2012:BX9121
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2002 wegens earn-out betalingen aan aanmerkelijkbelanghouder
Eiser had aandelen in Z BV verkocht met een earn-out regeling, waarbij betalingen over meerdere jaren werden ontvangen. Verweerder legde een navorderingsaanslag IB/PVV 2002 op omdat de uiteindelijke earn-out betalingen hoger waren dan eerder geschat.
Eiser stelde dat er een afspraak bestond met de Belastingdienst over de waardering en fiscale behandeling, waardoor navordering niet gerechtvaardigd zou zijn. Daarnaast voerde hij aan dat er geen nieuw feit was en dat het gelijkheidsbeginsel en fair play waren geschonden. Tevens verzocht hij om beperking van de heffingsrente en immateriële schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat het bestaan van een bindende afspraak niet aannemelijk was en dat verweerder terecht navorderingsaanslag oplegde op grond van een nieuw feit. De navordering was niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel of fair play. De heffingsrente werd niet beperkt vanwege de complexiteit en duur van de procedure. Wel werd een immateriële schadevergoeding van €1.000 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Het beroep werd ongegrond verklaard en verweerder hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag IB/PVV 2002 wordt ongegrond verklaard, met toekenning van een immateriële schadevergoeding van €1.000 wegens termijnoverschrijding.