ECLI:NL:RBHAA:2012:BY9792
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herinvesteringsvoornemen en herinvesteringsreserve in vennootschapsbelasting 2008
Eiseres, een vennootschap binnen de [B-BEDRIJF]-groep, verkocht in 2007 een onroerende zaak met een boekwinst van €11.616.246 en vormde daarop een herinvesteringsreserve (HIR). Verweerder stelde dat eiseres geen herinvesteringsvoornemen had in 2008, mede vanwege onvoldoende financiële middelen en het ontbreken van concrete plannen voor vervangende investeringen.
De rechtbank stelde vast dat de aangevoerde omstandigheden door eiseres te algemeen waren om een herinvesteringsvoornemen aannemelijk te maken. Ook het ontbreken van financiële middelen maakte het onwaarschijnlijk dat een herinvestering zou plaatsvinden. Het beroep op bijzondere omstandigheden om de termijn van drie jaar voor het aanhouden van de HIR te verlengen, faalde eveneens omdat een herinvesteringsvoornemen ontbrak.
Daarnaast verwierp de rechtbank het beroep op het vertrouwensbeginsel, omdat geen sprake was van een bewuste standpuntbepaling door verweerder bij de aanslagoplegging over 2007 die zou impliceren dat de HIR ook in 2008 gehandhaafd zou worden. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij in gelijke omstandigheden verkeerde als een andere vennootschap binnen de groep.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek tot vermindering van de aanslag af. Het beroep tegen de beschikking heffingsrente werd eveneens ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de toevoeging van de herinvesteringsreserve aan de winst over 2008.