ECLI:NL:RBHAA:2012:BZ6264
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs van bedreiging, smaad en wederrechtelijke toe-eigening
De rechtbank Haarlem behandelde op 23 november 2012 de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van bedreiging, smaad en wederrechtelijke toe-eigening in de periode van 2006 tot 2009 te Purmerend. De tenlastelegging omvatte onder meer het versturen van bedreigende brieven en mails, het aanrichten van schade aan de eer en goede naam van het slachtoffer, en het onrechtmatig toe-eigenen van schriftelijke stukken van een derde.
Tijdens de zitting gaf verdachte toe dat hij schriftelijke stukken van zijn stiefzoon uit diens woning had gehaald en doorzocht, maar er was geen aanvullend bewijs dat dit wederrechtelijk was. De rechtbank constateerde dat het dossier slechts aanwijzingen bevatte die een verdenking rechtvaardigden, maar dat het bewijs onvoldoende was om wettig en overtuigend te bewijzen dat verdachte de tenlastegelegde feiten had gepleegd.
De rechtbank volgde de officier van justitie die eveneens tot vrijspraak had gerekwireerd. Verdachte had verklaard dat anderen toegang hadden tot zijn computer, wat het gebruik van zijn IP-adres voor de verdachte mails plausibel maakte. Bovendien was niet vastgesteld dat verdachte bewust en nauw samenwerkte met anderen om de feiten te plegen. De rechtbank sprak verdachte daarom vrij van alle tenlastegelegde feiten wegens ontbreken van het wettelijk bewijsminimum.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor alle tenlastegelegde feiten.